Huurprijsaanpassing bedrijfsruimte

Ik had het pand moeten kopen in de goede tijd, zo begon Van Welder. De huur is tegenwoordig niet meer te doen. Iedere maand weer de volle huurprijs, daar wil ik van af. In de kelder zit trouwens vocht. Kunt u daar juridisch nog iets mee?

Van Welder, een rijzige en statige man van halverwege de vijftig, doorgaans zeer zelfverzekerd, maar nu toch met een lichte paniek in zijn ogen. Hij zat al jaren in de detailhandel, herenkleding, gevestigd in een prachtig pand op een A1-locatie, maar met een forse huurprijs. Ik had hem al eerder gezegd die huur erg hoog te vinden, maar Van Welder had zich daar nooit zorgen over gemaakt. Dat was inmiddels wel veranderd. De crisis had zijn klanten getroffen en als gevolg daarvan hem ook.

Natuurlijk, gebreken aan een pand kunnen reden vormen om tot verlaging van de huurprijs te komen, zei ik hem. Maar dan zal eerst vastgesteld moeten worden dat er daadwerkelijk een vochtprobleem is. Voor die aanpak voelde Van Welder niet zoveel.

Ik stelde Van Welder daarom voor om met de verhuurder te gaan onderhandelen over een lagere huurprijs. Eventueel zouden we tezamen dan nog een deskundige kunnen aanwijzen voor een huurprijsadvies. De verhuurder is een investeringsmaatschappij, die doet dat toch nooit, zei hij.

Hij had gelijk. Op de eerste brief met het verzoek tot overleg werd niet gereageerd, op de tweede met het voorstel om een deskundige te benoemen wel, maar afwijzend.

Ik kon aan de slag. Ik verzocht de rechter een deskundige te benoemen en dat verzoek werd ingewilligd. Op basis van vergelijking met andere bedrijfsruimte kwam de aangewezen deskundige in zijn rapport op een aanzienlijk lagere huurprijs uit. Van Welder blij, de verhuurder niet en dus kwam alsnog geen nieuwe huurprijs tussen hen tot stand.

Terug naar de rechter, nu met de vordering om de huurprijs vast te stellen conform het advies van de deskundige. En zo gebeurde maanden later alsnog wat ook eerder in onderling overleg bereikt had kunnen worden: de rechter bepaalde de nieuwe huurprijs op de door de deskundige geadviseerde prijs; als ingangsdatum van de nieuwe huurprijs gold bovendien de datum van mijn (eerste) verzoek aan de rechter om een deskundige te benoemen.

Die uitspraak leidde dus niet alleen tot een gunstigere huurprijs, maar had ook tot gevolg dat Van Welder, achteraf bezien, over de afgelopen maanden te veel huur had betaald. Daardoor had hij nu ineens een vordering op de verhuurder.

Ik opperde dat hij met dat geld misschien zelf iets aan het vochtprobleem zou kunnen doen. Misschien valt dat probleem toch wel mee, zei hij.

***

Afspraken zijn afspraken en een rechter kan in beginsel een overeengekomen prijs niet aantasten, tenzij het verhuurde niet aan de eisen blijkt te voldoen. Dat is nogal eens de reden dat huurders (ten onrechte) gebreken aan het pand opvoeren: als daar inderdaad sprake van is, dan bestaat voor de huurder de juridische mogelijkheid van gedeeltelijke “prijsontbinding”, waardoor een lagere huur wordt bewerkstelligd.

Het huurrecht kent echter voor bedrijfsruimte een regeling om in bepaalde gevallen de overeengekomen huurprijs door een rechter te laten toetsen en opnieuw te laten vaststellen. De discussie richt zich dan niet (in de eerste plaats) op de vraag of er gebreken zijn, maar op de vraag wat de gemiddelde huurprijs is van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse.

Andersom kan overigens ook: de verhuurder kan verhoging van de huurprijs vorderen, indien de huurprijs op de commerciële markt niet meer als reëel kan worden aangemerkt.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in huurrecht en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s